Deel twee van het verslagje Valkhof Festival 2025. Check deel een hier. Met twee rustdagen achter de boeg hebben we weer een volle pot energie voor de laatste twee daagjes op het Valkhof tijdens de Vierdaagsefeesten. De donderdag staat in het teken van Zeitgeist, het gelijknamige dagje festival in Doornroosje in December. De ronkende tekst van het festival: ‘Zeitgeist staat bekend om wilde uitstapjes die de fundamenten doen beven met de beste (post)punk, wave, noise en meer rockende scheiss voor op de dansvloer.’ Dat levert inderdaad een aardig avondje op van een aantal interessante acts in deze tijdsgeest. De vrijdag is veel gevarieerder en levert een eclectisch mix op aan stijlen, met zowel favoriete bands van mijn wensenlijstje als acts waar ik niet zo heel veel mee kan. Maar goed, het belooft een spetterende finale te worden, dus hop naar het Valkhof!

Donderdag
Aan lokaal talent geen gebrek en dat mag ook onderdeel zijn van deze Zeitgeist natuurlijk. Competition komt uit Nijmegen, ontstaan uit de creatieve smeltkroes van De Basis. Ze spelen hier hun eerste show, maar dat merk je nauwelijks. Het zijn ook geen koekenbakkers natuurlijk, met leden van Foxlane, Thaïti en Waltzburg in de gelederen. Ze maken er een leuke en spontane show van, met de letterlichtbak als geinige vondst – zo kunnen we ook hard meezingen. ‘HAHAHAHA’! Muzikaal is het een mix van nu-gaze en art-punk, met referenties naar bands als DIIV, English Teacher en Fontaines D.C., die veel invloed hebben gehad op de band. Ik moet ook even denken aan een band als Cola vanavond. De heren spelen het fris, fruitig en optimistisch, maar dan ineens ook wat venijniger. Ze mogen nog best wat vaker uit de bocht vliegen voor mijn part, want soms is het nog wat poppy en veilig gedoseerd. Voor mijn smaak dan, zeg ik er dan maar even bij.



Long Fling is nog veiliger denk ik, maar voor liefhebbers van dit soort lo-fi indiepop en vriendelijke liedjes is het vast smullen. We hebben dan ook te maken met een soort supergroep van eigen bodem, met blikvangers als Pip Blom en Willem Smit (Canshaker Pi, Personal Trainer). We zien Blom op synths/toetsen en Smit op gitaar, waarbij ze elkaar mooi aanvullen op zang. Daarnaast is het een volledige band met twee extra gitaristen en een drummer. ‘De twee maken charmante, eigenzinnige gitaar-, drum- en computeranthems over sokken, schoenen en thuisblijven’, zo lezen we in de beschrijving. Toegankelijk en soms een tikkie eigenwijs, maar er mag wat meer pit en vaart in wat mij betreft of wat meer onverwachte wendingen. Maar ik hou dan ook wel van wat gekkigheid.



En die gekkigheid wordt in ruime mate geleverd door de jonge honden van Grote Geelstaart, tijdens Roadburn nog gemist in het OFFROAD programma. Mooie herkansing hier in het park, want dit soort stuiterrock is om van te smullen. De band uit Zeeland is mooi afgekleed met wit overhemd en kekke stropdassen, en zo strak als ze in het pak zitten zo spelen zo ook dit soort complexere prog, math, postpunk, noise, funk en psych. Of geef dit beestje maar een goede naam. Lekker moeilijke maatsoorten en tempowisselingen (met soms twee drummers), waardoor we op het puntje van onze denkbeeldige stoelen blijven zitten. Beter nog: we dansen maar gewillig mee vooraan in de vriendelijke pogo. Deze vissen (nee de band is niet vernoemd naar een vogel) maken er een goed feestje van, met een lekkere zelfverzekerde uitstraling alsof ze dit al twintig jaar zo doen. Goeie opkomst ook met Drs P. (“Dodenrit”). Niks meer aan doen. Wat een talenten. Wat een helden.




Een stuk minder moeilijk is Gustaf uit Brooklyn, New York, opgericht in 2018 en met vijf man sterk. Nou ja man. Vier vrouwen en een man. En die maken vrolijke en springerige postpunk, no wave en art rock. Of hoekig, moet je dan misschien zeggen. Aanstekelijk in elk geval. Een leuk dansfeestje met de kleurrijke Lydia Gammill, die de boel goed opzweept. Tarra Thiessen op elektronic/toetsen zingt mee, maar vaak ook in een raar soort laag pitch-effect en ik weet niet wat daar nou zo leuk aan is, maar goed. We bouwen een feestje, waarbij een jongen op het podium ook nog even mee mag doen. Het doet me een beetje denken aan een band als Bodega, maar er zijn vast betere referenties te verzinnen. Aardige band om het volk te laten dansen voor de Arc, al is het verder wat licht van stof en meer van hetzelfde, waardoor we nog even naar de Poort lopen.





Ook wat licht is Blue Robin aldaar, maar dan in de vorm van rustige en omzichtige indiepop. De band uit België (Hasselt) staat met vijf man hier op het kleine Poort-podium voor talenten, gepresenteerd door Poppunt Gelderland. Het is ‘een delicate dans tussen het melancholische van Tamino en het mythische drama van Florence + The Machine’, aldus de beschrijving. De dromerige melodieën en zang van Lore Borremans vind ik bij vlagen warm en mooi, met ook wat fijn post-rock-achtig gitaarwerk, dus het is wel even een aangenaam tussendoortje. België grossiert wel in dit soort gloedrijke bands zeg.


Oust slaan we dan over (beetje standaard hardcore punk, daar moet je net van houden) en TAXITAXI (ingevlogen in plaats van Getdown Services) laten we ook even voor wat het is, want Doubland op datzelfde Poort-podium leek me ook nog wel interessant. Wat heet. Leuk bandje dit. Het viertal uit harderwijk maakt surfgarage/postpunk om lekker op te dansen, met een fijn beweeglijke frontman, die de set begint met een bal op zijn hoofd. Maar dat is lastig zingen en gitaar spelen, dus die gaat al weer snel af. Lekker met synths en inderdaad dus vol met catchy hooks. Aanstekelijk lekker.



Vrijdag
Het valt nog mee met de drukte op de laatste dag van de Vierdaagsefeesten en dus ook het Valkhof Festival. Rond 20:30-22:30 is het park wel dik gevuld, maar opvallend genoeg is het in de vroege avond en wat later niet te druk. Gisteren leek de hele stad nog voller zelfs. Geeft ons mooi de kans om Kaat Van Stralen van dichtbij in onze armen te sluiten, want dat verdient deze aimabele jongedame wel. De Belgische muzikante uit Aarschot praat voluit en enthousiast tussen de nummers door en weet ons mee te nemen in haar enthousiasme. Ook de teksten zijn leuk en raak, denk wat betreft muziek en stijl ook een beetje aan de eveneens Nederlandstalige punk van Maria Iskariot. “Stop Met Wenen” kan hard meegezongen worden op het einde, hun leuke debuutsingle, maar ook een toffe cover “Tingeltangel Hersenpan” van Spinvis kan op een dikke respons rekenen. Hier en daar wat rustigere nummers om even bij te komen, maar verder is de springerige punk/indie lekker aanstekelijk.




Even wat eten bij De Kaaij en op tijd weer terug naar hetzelfde Boog-podium voor Tō Yō uit Tokyo, Japan. Het is het vijfde optreden van een tweede Europese tour hoor ik ze (geloof ik) zeggen en ik vind het wel gaaf om ze hier te zien, weer zo’n prima Japanse psych-band. De band houdt wel van lange nummers en rustig opbouwen, de eerste duurt al twintig minuten en komt pas na een kwartier echt vol op stoom. Dat maakt hongerig naar meer. Want de ruimtelijke sfeer is wel tof gedaan, maar ze mogen wat vaker het hoogtepunt opzoeken en door blijven blazen, want dat kunnen deze jonge gasten ook vreselijk goed. Zo neigen die lange stukken soms wat saai te worden, maar er wordt ook niet voor niks geschreven dat hun psychrock dromerig kan zijn en doordrenkt met pop. Maar goed, het wordt dan wel soms afgetopt met vreselijk fijne funkpsych en stoner. Na 35 minuten horen we heel even nog wat zang, waarna de gitaren weer verder janken. Uitstekende band, maar ze mogen dus wel wat vaker en sneller de hogere versnelling zoeken.



Daarna kunnen we niet zo meegaan in de muziek van het Franse Gwendoline op het hoofdpodium, waardoor we niet al te lang blijven hangen. Hun post-punk en cold wave, of het zelfbedachte shlag wave, is wat lijzig en zwoel. Beetje simpele droge drums en het glijdt wat te zwoel door met in de basis te simpele structuren, voor mijn smaak dan. Wat later, op afstandje, lijkt de band nog wel wat dikker door te zuigen in zoiets als gotische wave. Maar nee. Meer voer voor liefhebbers van het genre en voor een festival als Grauzone, denk ik.

Geef mij maar een band als Vojdi, dat veel minder makkelijk te behappen is. Ik hou van moeilijk doen, blijkbaar. De band uit Slowakije vond ik wel een van de beste nieuwe vondsten op het festival. Denk aan math-, jazz- en prog-rock, indie en shoegaze. Met complexe tempowisselingen en de gekte van – pak ‘m beet – de wat latere Mr. Bungle albums of black midi. Denk ook aan bands als Zu of Ni, die dit soort vette stuiterrock/metal ook tot kunst hebben verheven. Het trio heeft gelukkig Martin Debřička uit Praag meegenomen op sax voor een extra smeuïge laag. Totaal gestoord dit. Lekker. En gelukkig ook geen technisch showtje zonder ziel ‘kijk mij eens ingewikkeld kunnen spelen’. We kunnen er (voor het podium althans) goed in meegaan. Heel goed zelfs.




Mooi begin dus van de grande finale, met uitsmijter MAQUINA. als laatste act op het hoofdpodium. We zagen de band al eens eerder knallen in Merleyn in Nijmegen, maar ze mochten ook al eens optreden op bekende festivals als Roadburn, Grauzone en ESNS. Als afsluiter een shot in de roos vind ik, je kunt er maar het beste met een lange knal uit gaan. De Portugese band bestaat uit Halison (zang/drums), Tomas (bas) and João (gitaar) en maken zoiets als vette krautrock en industrial techno, met dik psychende gitaarnoise, bonkende bassen en verslavende ritmes. Het zuigt hard, zou je kunnen zeggen, in de goede zins des woords. De geluidsmix, toch altijd wel lastig op zo’n festival met bepaalde limieten, is erg goed, waardoor we heel goed worden meegetrokken met deze dansbare, meeslepende noise. Nog even een laatste keer ultiem doorbeuken, totdat alle energie uit onze tenen is verdwenen. Wát een einde.




Conclusies van een weekje Valkhof Festival? Het was weer een mooie tijd op mijn vakantieadres, met een goed gemêleerd setje bands uit diverse windstreken. Voor elk wat wils en dus lekker gevarieerd. Natuurlijk was ik als liefhebber het meeste te spreken over het avondje Sonic Whip, maar ook op andere dagen kwamen we weer geweldige talenten tegen. Op deze ontdekkingstocht vind je bands in de volle bloei van hun nog jonge carrière en soms was het een heerlijk weerzien met reeds favoriete acts uit de alternatieve underground. Misschien jammer dat er dit jaar wat minder te kiezen viel, want podium Kapel en Bloem waren geen onderdeel meer van het programma. Maar toch. Tof dat het Poort-podium weer kansen bood aan lokaal talent, net zoals het grotere podium dat dit jaar werd geboden aan de Vrienden van Oersoep Live. Zelf vond ik het wat onhandig geprogrammeerd op de vroege dinsdag, misschien zou het beter in het weekend of later op de avond neergezet kunnen worden, aan de andere kant zag ik op foto’s dat er nog wel genoeg publiek op af was gekomen. En dat is mooi. Er is genoeg interessant talent uit de buurt en dat verdient een mooi plekje op dit festival. Als we terugkijken naar het weekje festival zijn er natuurlijk wel een aantal persoonlijke favorieten waarvoor ik zonder twijfel een concertkaartje zou kopen: Oruã, Grandad, Lézard, Yan Lâle, Ciao Kennedy, JUNO, Travo, Party Dozen, SLIFT, Grote Geelstaart, Doubland, Tō Yō, Vojdi en MAQUINA. Ook niet heel verkeerd: Hiqpy, Search Results, Rindert Lammers, Pitou, Luwten & Naaz, Ali, Earth Tongue, Competition, Gustaf, Blue Robin en Kaat van Stralen. Mooie score denk ik zo en dat is uiteraard wel weer voor herhaling vatbaar. Volgend jaar maar weer?

