De naam van de Zwitserse band The Young Gods is geïnspireerd door het nummer “Young God” van de tweede EP van Swans uit 1984. Bijzonder om beide bands vlak na elkaar te zien, zeker ook omdat ze allebei al heel lang bestaan. De band werd opgericht in 1985 en komt 40 jaar later nog een keer naar Nederland, in De Helling in Utrecht. Best een kleine zaal (420 man of zo) voor zo’n band, vol gevuld met (voornamelijk wat oudere) liefhebbers, zoveel is wel duidelijk. Van ons groepje heb ik alleen de band eerder live gezien, het is (alweer) 15 jaar geleden dat ik ze zag op Oddstream in Nijmegen, dat was voor nog minder publiek in zo’n klein tentje. Zo jong zijn The Young Gods dus niet meer, maar met het uitstekende laatste album Appear Disappear blijken ze nog ‘still going strong’, ook al zijn de wilde haren er (letterlijk) wat vanaf.

Muzikaal niet trouwens, op Appear Disappear klinken ze na 40 jaar nog steeds sterk en gedreven. Inspiratie hebben ze ooit gehaald uit de psychedelica uit de jaren 60, Einstürzende Neubauten, Kraftwerk, de punkrockbeweging en postpunkacts als Killing Joke en Wire. Muzikaal zijn ze bekend om hun innovatieve mix van industrial rock, avant-rock, en post-industrial, sterk gebaseerd op sampling en geluidsmanipulatie. Traditionele rockelementen worden vervangen door samplers in plaats van gitaren. Dat was vernieuwend in de rockmuziek van de jaren tachtig. Later voegden ze invloeden toe van ambient, elektronica, en zelfs klassieke muziek. Ze beïnvloedden bands als Nine Inch Nails, Sepultura, Napalm Death, Mike Patton, Ministry, The Chemical Brothers, Devin Townsend en David Bowie. Gek dus, ik noem het nog maar eens, dat ze niet veel groter zijn en geen grote zalen voltrekken zoals een Nine Inch Nails. Geen idee waar dat aan ligt. Maar goed, zo goed ken ik ze ook helemaal niet, in alle eerlijkheid.
De band werd in 1985 opgericht door Franz Treichler (aka Franz Muse, vanavond op zang en gitaar), Cesare Pizzi (aka Ludan Dross, op sampler/elektronica, 1985–1988, terug sinds 2012) en Frank Bagnoud op drums (neem ik even aan). Bagnoud werd in 1987 al vervangen door Urs “Üse” Hiestand en sinds 1997 is het Bernard Trontin op drums. In 2011 zag ik ze met Alain Monod (aka Al Comet) op sampler/keys en Vincent Hänni (op bas denk ik). Sinds 2012 is het weer een drietal en kwam Cesare Pizzi weer terug in de band. Franz Treichler (64 inmiddels) heeft een kort koppie vanavond, fris geknipt, en lijkt zonder zijn lange haren misschien daarom wat rustiger in de weer dan destijds. Grappig hoe hij, richting het einde van de set, steeds minder vaak zijn gitaar lijkt te pakken en er zelfs gitaargeluiden uit de sampler van Pizzi (ook met korter haar) komen, die overigens lekker relaxed zijn ding staat te doen. Gaaf en interessant hoe fijn die composities in elkaar zitten, ook al komt dat allemaal uit een doosje. De meeste opwinding komt nog wel van Trontin, die zijn wilde haren dan ook nog niet heeft verloren (haha) en drumt zijn bijna trance-achtige patronen lekker strak onder de (grotendeels) industrial klinkende rock en elektronica.
Natuurlijk is er veel aandacht voor het laatste album, met het titelnummer gelijk maar als eerste gespeeld. Zelfs het hele album komt langs, met uitzondering van “Tu en ami du temps”, als ik de setlist mag geloven. Heel fijn, want het is een heel fijn album. Veel van de muziek komt dus uit de sampler en dat oogt wat statisch, ook al klinkt de muziek zo fijn opzwepend soms, waarop je zowel kunt dansen als headbangen. Bezwerend en dwingend, met souplesse. De nodige opwinding komt ook wel van de negen LED-palen op de achtergrond, dat een mooi visueel spektakel op de achtergrond oplevert. Naast de nieuwe plaat, het hele fijne en lange “All My Skin Standing” van Data Mirage Tangram (2019), een van die platen die ik wat bewuster heb meegekregen. Hier een prima live-opname uit 2019 van dat nummer. Van doorbraakplaat T.V. Sky (1992) vier nummers: “Gasoline Man”, “She Rains”, “Skinflowers”, “The Night Dance”. Nog ouder is “L’Amourir” van L’eau rouge (1989). Ongetwijfeld allemaal nummers die de oudere fans wel kennen. Grappig ook, die (wat atypische) Gary Glitter cover op het einde “Did You Miss Me?”, uitgebracht in 1987 en die staat op hun debuutplaat. Als fan van Mike Patton wist ik het niet eens, maar The Young Gods hebben dit nummer ook wel eens met hem gespeeld (hier). Met die oude nummers voel je zo af en toe wel extra opwinding in de zaal. Lijkt wel een fanclubdag. En dan mag het in maar een kleine zaal zijn om veertig jaar The Young Gods te vieren, maar ik vind dat juist wel tof, ook al verdienen ze veel meer publiek. Lekker knus, samen met liefhebbers en een band zelf die nog best lekker in vorm is. We zagen dat het goed was. Benieuwd of ik ze over 15 jaar weer ga zien…







