De Ierse band God Is an Astronaut heeft bij mij ooit de liefde ontluikt voor het (hedendaagse) post-rock genre, naast bands als Mogwai en Explosions in the Sky, zo gok ik althans. Herinneringen vervagen een beetje na al die jaren, maar de band was in 2009 wel een mooie aanleiding voor een eerste post op dit blogje, toen ik de band voor het eerst live in het oude Doornroosje zag. De tweede en laatste keer dat ik ze zag was in 2018, ook in deze zaal (Pandora) in dit grote warenhuis van muzikale live-acts. Hoog tijd om de oude liefde weer eens te bezoeken op deze doordeweekse maandagavond.

Net zoals Psychonaut een paar dagen eerder in Doornroosje loopt de zaal pas een beetje vol tijdens de support-act, dit keer is het Thistle Sifter dat een beetje in hetzelfde genre als GiaA roert. Het viertal komt uit Utrecht, zo lees ik pas achteraf, en dat doen ze dan toch goed voor een lokale band. Hier en daar is het even wat aftasten, even warm worden, totdat alle registers een keer flink worden opengetrokken en er toch wel een lekker vol en harmonieus geluid klinkt. Net als je denkt dat het hier en daar wel wat standaard mistroostig wordt met typisch post-rock gitaargepingel, klinkt er een spoken word sample en gooit de band er even een fijne tempoversnelling in. Bij vlagen echt heel goed gedaan.



Goede opwarmer voor de grote band zelf, die bestaat uit tweelingbroers Torsten (gitaar) en Niels Kinsella (bas). Drummer Lloyd Hanney is er niet meer bij (lang onderdeel van de band vanaf 2003 tot in 2025), maar welke (overigens prima) vervanger hier dan speelt is me niet helemaal duidelijk (Torsten Kinsella noemt aan het einde even zijn naam, maar dat kan ik niet verstaan). Ook geen Robert Murphy dus (op gitaar/toetsen), die we volgens mij in 2018 hier hebben gezien, nee God Is an Astronaut is een trio vanavond. Extra geluid is er wel (met name tussendoor te horen) en komt ergens uit de lading pedaaltjes/elektronica op de grond bij Torsten Kinsella, beetje richting dark ambient drones/synths als behangetje hier en daar. De aankleding is vandaag ook wat soberder, met een minder speciale lichtshow, althans de sterrenhemel op de achtergrond is er niet zoals de vorige keer. Wel weer veel bundels licht van achter de drummer en dat geeft met de (wat overdadige hoeveelheid rook) nog wel een mooi gezicht, zeker als je wat verder naar voren staat, dan schiet dat soms mooi over je heen. Het baswerk van Niels Kinsella staat knoepertje hard en dat zijn we op zich wel gewend, maar het blaast de rest soms een beetje weg. Het valt me met name op dat het drumgeluid in al dat geweld wat naar de achtergrond verdwijnt, al lijkt de mix in de tweede helft van de set wat beter afgesteld. Aan de andere kant klinkt het wel heel vet als de zaal af en toe trilt van resonantie en orgastisch genot. Of je dit ooit zonder oordoppen moet beluisteren lijkt me wel zeer twijfelachtig. Maar goed, de band lijkt routineus goed in vorm. Torsten Kinsella is geen grote prater, maar refereert nog wel aan de slechte start van deze tour op 13 februari toen de show last minute gecanceld moest worden in Istanbul. Er waren berichten die erop wezen dat ze te maken kregen met lokale beperkingen met betrekking tot muzikale optredens. Het verhaal gaat dat ze werden beschuldigd (net zoals bands als Slaughter to Prevail en Behemoth) van satanisme en dat ze niet veilig zouden zijn voor mogelijke protesten. Dat had hij in al die jaren nog nooit meegemaakt. Daarna – net voor “All Is Violent, All Is Bright” – refereert hij nog aan het overlijden van hun vader en dat hij daar eigenlijk nog steeds niet helemaal overheen is. “Falling Leaves”, het eerste nummer van vanavond, zou kort na zijn overlijden zijn geschreven. Een stukje emotie is nooit ver weg in dit soort muziek, al is het af en toe wat weeïg en heb ik er heel even moeite mee om bij de les te blijven, met name rond driekwart van het optreden. Maar goed, dan krijg je wel ineens geweldige kneiters als “Oscillation” en “Embers” (beiden van die laatste plaat Embers) om je oren. Met name “Embers” is geniaal en dat zou ook zomaar een fantastische afsluiter zijn geweest. Geen nummers van Ghost Tapes #10 (2021) trouwens? Daarna “Forever Lost” (Torsten Kinsella geeft aan hier de piano-intro op gitaar te proberen) en dat vind ik dan ineens een heel stuk minder, maar dat kan ik met dit soort bands wel vaker hebben, bij Mogwai ook bijvoorbeeld. Soms doen ze wel wat denken aan die band, met name ook met dit soort zang (op vier nummers of zoiets), al valt het bij deze band nauwelijks op, omdat de zang zo fijn ingebed wordt in het geluid, als een extra instrument of synthesizer. Net zoals bij Mogwai doen niet alle nummers me wat, maar dat hoeft ook niet met een flinke speeltijd van een uur en veertig minuten. Afsluiter en oudje “From Dust to the Beyond” (van The End of the Beginning uit 2002) ontwikkelt zich wel goed, maar de uitsmijters hebben we dan al wel een beetje gehad. Met eerder nog “Suicide by Star” en “All Is Violent, All Is Bright” zo te horen als publiekslievelingen (beiden van All Is Violent, All Is Bright, 2005). Dit soort goden van de post-rock zijn gewoon niet te versmaden, ze trekken en sleuren je mee de ruimte in, soms genietend van het uitzicht, maar als de raketwerpers worden aangestoken vliegt de zaal helemaal in de fik natuurlijk. En dan vind ik het hier en daar misschien een tikkeltje oppervlakkig, de rest is gewoon wel uiterst imposant.



