Gezien: Valkhof Festival 2026

Hallo Valkhof Festival! Daar zijn we weer! De 55e editie van de Vierdaagsefeesten trekken iets van 1,5 miljoen mensen en die zijn doorgaans niet heel erg bezig met de wandeltocht zelf. Het was alweer de 108ste editie van de Nijmeegse Vierdaagse, waarbij de 45.000 wandelaars zichzelf uitdagen om vier dagen lang een heel eind te lopen. Dat de Vierdaagsefeesten dan zeven dagen duren, vind ik altijd wel een grappig gegeven, maar ik heb een slecht gevoel voor humor denk ik. Zoals elk jaar neem ik een week vrij om ‘de avondzevendaagse te wandelen’ zoals ik dat altijd noem. Krijg ik geen kruisje voor. Nou is het ook dit jaar wel verstandig om hier en daar wat rustpauze te nemen, al is dat ook ingegeven door de programmering. Ik lust ook niet alles. Ja natuurlijk staat elke dag op elke straathoek wel een band te spelen, maar voor het betere werk moet je toch vooral op het Valkhof zijn, ook al staan er ook leuke dingen op het stadseiland (STEK), in de Stevenskerk, op De Kaaij of in café De Opstand.

Het Valkhof Festival staat bekend als hét ontdekkingsfestival voor avontuurlijke, opkomende alternatieve muziek en toekomstige headliners, aldus AI, dus dan zal het wel kloppen. Het festival bestaat (volgens AI) 39 jaar en het begon in 1987 onder de naam Valkhof Affaire en later de-Affaire. Ik moet het toch ook een aantal jaren hebben bezocht zonder daar wat over op te schrijven, maar inmiddels heb ik hier toch wel een aardig archief opgebouwd, vooral leuk ook om zelf terug te lezen. Het schrijven zelf is niet altijd even leuk eigenlijk, maar we doen het toch maar weer. Daarvoor is het toch te leuk om nog iets terug te vinden van die ene band die later doorbrak. Of waar je nooit meer wat van hebt gehoord. Dat gebeurt ook. En veel. Het blijft een fijne ontdekkingsreis in dat mooie park langs de hippe bands van nu en de toppers van morgen. Genoeg gepraat, wat hebben we dan gezien?

Zaterdag

Op het Arc-podium opent Dressed Like Boys, met rustige indie/folk. Het is het project van de Belgische singer-songwriter Jelle Denturck uit Gent. We zagen hem in 2024 nog in Merleyn als zanger van DIRK., maar hij koos met zijn solo-project bewust voor meer intieme songs. Een bewuste keuze. Met Dressed Like Boys kiest Denturck er voor om de queer ervaring in al zijn facetten te thematiseren in zijn werk, lees ook hier in De Morgen. Denturck vertelt vandaag openhartig over dat thema, waaronder het nummer “Jaouad”, geschreven voor Jaouad Alloul, een Marokkaanse gay, queer en drag. ‘Die verdient een song’. Het nummer “Stonewall Riots Forever” is een eerbetoon aan de Stonewall Riots van 1969 in New York, die het symbolische begin vormden van de Pride-beweging. Het levert een aandachtig publiek op, blijkbaar zijn we genezen van de Dutch disease, zo merkt hij fijntjes op. Het is nog wat vroeg in de middag en de party people zijn nog niet rumoerig inderdaad op het festival, dat is zeker wel eens anders hier. Mooi dat deze band de aandacht krijgt die het verdient, met ingetogen pianoballads (ik moet toch even ook aan Elton John denken) en indiepop met een lik sixties-geluid. Wel wat erg gladjes voor mijn doen (ik kan echt wel wat moois hebben overigens), maar er is toch ook wel ruimte voor een enkele uitspatting, zoals die mooie gitaarsolo in duel met piano, dat krijgt zelfs de handen op elkaar. Het is wel gewoon mooi en goed gedaan door dit stel goede muzikanten. Denturck ontbloot zijn ziel.

De volgende band op het Boog-podium komt ook uit België en had ik niet direct aangestreept, maar komt wat beter uit de verf dan ik had gedacht. Het trio van TJE balanceert tussen melancholische avant-pop, elektronica en experimentele postrock, zo lezen we in de beschrijving. Invloeden zouden er zijn van bands als Portishead, Fever Ray, ML Buch en Astrid Sonne. In de uithalen van Lindy Versyck, die uitstekend zingt overigens, horen we af en toe Björk. Soms gooit ze de zang door een prettige bak effecten, alles ten dienst van de elektronische (art) pop-sfeer, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van basgitaar en akoestisch gitaar. Ik vind het ten dele wel interessant, met opvallende (slimme) composities. TJE is een verkleinwoord en de zangeres is niet zo heel groot, maar je ziet zo’n act groeien naar een groter podium. Het zou het toch goed moeten doen bij een groter jong publiek, daarvoor klinkt het modern genoeg.

Heb ik mijn huiswerk wat minder goed gedaan? Ik schatte Real Famer net iets hoger in, maar het klinkt dan ineens wat meer standaard dan ik zou verwachten. Het (post)punk en garage-indie-kwartet, opgericht in 2019, komt uit Groningen en heeft invloeden uit de hedendaagse punk en blues. Denk richting bands als Protomartyr, Gilla Band of Shame. Jeroen Klootsema heeft er wel een soort beschonken lol in, lijkt het, waardoor het allemaal niet zo heel serieus overkomt, maar of dat nu zo erg is… Het is allemaal wel okay, licht funky, uptempo en wel gezellig dus, maar misschien met iets minder diepgang of met een echt een eigen smoel. Paar prima songs wel, zoals het pakkende “Consequence”, maar daar hoop je er dan meer van te krijgen.

Frank Arnold klinkt dan stiekem weer veel leuker dan ik zou hebben ingeschat. Best een geinig bandje, dat gelijk al goed opkomt met een een techno-versie van “België”, maar dan met de tekst ‘Ik heb getwijfeld over Nijmegen’. Ik zou het normaal gesproken gelijk plaatsen onder de noemer flauwekul feestmuziek, maar ze halen knap het beste naar boven, denk aan Het Goede Doel, Doe Maar en Talking Heads. Nederpop en elektronica op z’n leukst eigenlijk, en gewoon goed gedaan met prima muzikanten, zo te zien, met ook twee Korg-synths als smaakmaker. Naast frontmannen als Marco en Chris komen de bandleden uit bands als Cavolo Nero, Dorpsstraat 3 en Nusantara Beat, dus dat zit wel snor. Frank Arnold is eigenlijk de veel betere Goldband.

Hierna is de Arc weer aan de beurt met Gee Tee, een Australische garagepunk-band, die de vaart er goed inzet, met korte nummers, snel achter elkaar gespeeld. Niet gek dat de koek dan al na een half uurtje op is. Het is best wel simpele kroeg-punk (met wat synth/orgel-geluid soms), maar dan wel strak gespeeld en met de nodige focus, met een duidelijke hoofdrol voor de zanger met een paars (Silence Of The Lambs-achtig) masker. Energiek en opzwepend genoeg dus, maar wat veel van hetzelfde akkoorden een pak.

Klein bezoekje nog aan het kleine Poort-podium voor shitman, dat hier grungy nu-metal van het podium knalt, wat grappig genoeg twee dozijn jongeren voor het podium oplevert, die wild enthousiast staan mee te headbangen. De band uit Ede (Lucas, Jurriaan, Bram en Sim) gooien al hun energie er wel in, de frontman jaagt de boel ook wel goed aan. Nu-metal mag dan worden verguist door velen, maar ik vind het nog steeds wel een soort guilty pleasure en leuk om te zien dat dit nog of weer (?) leeft onder jongeren.

Tijd om het park te verlaten en daarmee missen we ook acts als ni-hao!!!!, PVA, Muovipussi en Mandy, Indiana, al had ik mijn kaarten meer gezet op bands als Zergüzeşt en FAST DE op Poort-podium en Boko Yout als afsluiter op het Arc-hoofdpodium, maar we sluiten de avond muzikaal af met Spinvis & Saartje in de Stevenskerk, omdat we daar nu eenmaal een zwak voor hebben. Optredens aldaar zijn in tegenstelling tot de rest van de vele optredens in de stad niet gratis, maar dat hebben we wel er wel voor over. Het blijft bijzonder om concerten te zien in deze (754 jaar oude) oude kerk. Dat levert altijd een galm op, waar Spinvis-zanger Erik de Jong ook aan refereert. De galm duurt zeven seconden dus we spelen de nummers wat langzamer, al lijkt die belofte al vrij snel te worden losgelaten. Zo is “Artis” (ingeluid door wat grappige dierengeluiden van Erik de Jong zelf) normaal al sneller live gespeeld en in de kerk lijkt het me niet veel langzamer. Je moet er even aan wennen aan die galm, zo wordt vooraf al verteld en dat is gek genoeg ook zo, op een gegeven moment hoor je het niet echt meer. Erik de Jong nam vorig jaar of zo al afscheid van zijn volledige band en speelt hier dus alleen met Saartje Van Camp, met wie hij vorig jaar ook in Neveldieren optrad in het theater (samen met Hans Dagelet in de voorstelling MOM). Het is een typisch Spinvis optreden, met Erik de Jong op zang/gitaar en Van Camp op zang/cello/toetsen. En de zingende zaag, die ook in de kerk door Van Camp wordt gebruikt voor die opvallende solo in “Ik Wil Alleen Maar Zwemmen”. Veel (fijne) klassieke Spinvis nummers dus in wat meer uitgeklede vorm, met ook klassiekers als “Bagagedrager”, “Oostende”, “Aan de Oevers van de Tijd” en “Kom Terug”, aangevuld met andere nummers van recentere albums. Saartje Van Camp had vorig jaar een eigen soloalbum uit waar ze het nummer “Komma” van mag zingen en zo geven ze elkaar de ruimte en vullen elkaar altijd prachtig aan. Spinvis gaat gewoon door in deze vorm dus, met een selectie nummers dat niet veel afwijkt van wat ze de laatste jaren met band lieten horen. Dat verveelt eigenlijk nooit en op zo’n mooie locatie is dat natuurlijk extra prachtig en dan mis je de band wat minder, denk ik.

Maandag

De zondag is dan wat minder aan mij besteed, met veel hiphop, soul en pop. Ik had natuurlijk even in de middag kunnen gaan naar De Mis (postpunk uit Nijmegen, winnaar van De Roos van Nijmegen 2026) of Naaz, dat hier vorig jaar nog stond met Pitou en LUWTEN. Of Peanut Butter Goldfish aan het einde van de avond op het Poort-podium (postpunk), of Hiqpy en Sophie Straat (beiden eerder op het Valkhof Festival gestaan) aan de overkant van de Waal, door de organisatie omgedoopt tot Stadseiland Stek. Maar nee, we nemen een rustdagje en haken gewoon weer op maandag aan. Als we aan komen lopen is BOLLOX (Live) nog bezig, een Nederlands punkproject van de VPRO en Zapp, gepresenteerd door Merel Pauw (Elmer). Hierin maken boze kinderen samen met punkband Femme Fugazi rauwe punknummers over hun frustraties. Leuk met dus gewoon een echte band mogen de kinderen losgaan op de bekendere punknummers. Een mooie ‘luidruchtige uitlaatklep voor alles wat schuurt, borrelt of gewoon compleet irritant is’, aldus de beschrijving. Zo te zien vinden de kinderen en het publiek (met de ouders wellicht) het helemaal geweldig.

Zo heel serieus hoeft het ook allemaal niet, zo is J’Cuuzi met hun mutant avant electroclash punk ook een lekker gek feestje. In de kern een duo, maar ze nemen wel vaker meer performers mee, die uitbundig dansen en regelmatig in het publiek verschijnen. Tof hoe ze zo’n show goed hebben opgebouwd, het houdt de aandacht vast. Een burlesque modeshow, dat ook al vanwege de muziek wel zou passen op een Grauzone, al komt het meeste uit een elektronisch doosje met een dosis effecten, aangevuld door de elektrische gitaar. Dat de extravagante band uit Texas komt geeft misschien wel hoop, zo inclusief zijn ze daar niet allemaal. Het publiek smult hier wel van de vele leuke fratsen op en naast het podium, met ingestudeerde pasjes, acrobatiek op een draaistoel en lekker veel belleblaas. Op de plaat vond ik het muzikaal al niet eens zo gek, maar zo live trekt de show zelf de meeste aandacht.

Daar moet het Duitse viertal van Grenzkontrolle dan nog maar even overheen zien te komen en dat blijkt wel lastig. De band moet het hebben van post-punk, wave en Neuer Deutscher Welle, op de plaat vond ik het best prettig, zo live lijkt het wat energie te missen op een of andere manier. Alsof ze alles net iets te langzaam spelen. Opvallend dat de bassist opmerkt dat het publiek wat matjes reageert. Het publiek smeekt dan ook bijna om meer tempo (de pauzes tussen de nummers helpen ook niet) en felheid. Grappig hoe daarna het wel wat dansbaarder wordt en vooraan wat harder meebewogen wordt in het publiek, soms met een likje The Cure in mijn beleving. Muzikaal mag het ook nog wel een tikkie strakker. Het is allemaal niet verkeerd, maar het blijft wat op de vlakte.

Even rondlopen dan, naar (de altijd drukbezochte) De Kaaij bij de Waalkade onder de Waalbrug, waar blijkt dat ik me heb vergist. JUNO speelt daar morgen pas, dus we lopen later weer even terug het Valkhof op, via de trappen die uitkomen bij de (Sint-Nicolaaskapel of Valkhofkapel), zeer waarschijnlijk gebouwd in de eerste helft van de 11e eeuw en het oudste nog bestaande gebouw van Nijmegen, en een van de oudste stenen gebouwen in heel Nederland. Platenzaak Waaghals neemt de kapel deze week over onder de noemer .wav (Waaghals at Valkhof). Met het wat onduidelijke tijdschema weet ik even niet wat daar nu speelt, maar het is altijd wel even een mooie plek voor bezinning en intiemere optredens, niet zelden experimenteel van aard en kunstzinnig verantwoord.

Het hoofdpodium van het Valkhof Festival is vanavond grotendeels bezet door De Vrienden van Oersoep Live, een groot collectief van muzikanten uit Nijmegen en omgeving. Dit feestje was er de vorige twee jaren ook dacht ik, begonnen bij het kleine Poort-podium en vorig jaar nog geplaatst op het hoofdpodium in de late middag of vroege avond. Voor het podium is links een extra podium geplaatst met een houten Waalbrug op de achtergrond, vlakbij de speciaalbierenbar van Oersoep zelf trouwens, die daar weer prima pintjes tappen (al dan niet prijzig, maar we sponseren het festival graag). Als ik me niet vergis zien we op een mooi afstandje Waltzburg daar starten met deze Nijmeegse versie van de Vrienden van Amstel Live. Had ik ook wel kunnen weten dat het wat easy listening voor mijn smaak is. Het moet ook wel een meezingbaar feestje worden, vermoed ik. Maar wat te simpel voor me, dus tijdens de tweede act zoeken we maar naar ander vertier.

Toch maar even kijken wat de Poort doet, dat wat onhandig in een hoekje weggestopte podium vlakbij de ingang (de poort, duh) van het park. Periot is riot grrrl punk uit Arnhem (al durven ze niet te zeggen waar ze vandaan komen). Nu is dit soort ‘paar akkoorden’-punk ook niet al te moeilijk te verteren, maar wel lekker om even wat ruiger en energieker voor de dag te komen. Zangeres Marije Tangelder gooit alle ziel en zaligheid in de set en trekt het publiek bij de haren erbij. Zoals dat hoort.

Dinsdag

De beste dagen van het festival zijn in mijn beleving wel de maandag-, woensdag en vrijdagavond, met een paar krenten in de pap op zaterdag. Toch gaan we nog even naar het Valkhof op dinsdag, o.a. voor Knats, dat The Zawose Queens vervangt. De Britse band (uit Newcastle Upon Tyne) is opgericht door de oude vrienden Stan Woodward (bas) en King David-Ike Elechi (drums) en ze spelen zoiets als vet funky jazz/fusion. Ze combineren traditionele jazz met invloeden uit clubgenres zoals drum-‘n-bass, house en gospel. De laatste plaat werd geproduceerd door niemand minder dan Geordie Greep, die we uiteraard nog kennen van black midi en in het najaar nog Doornroosje zal aandoen in het kader van Festival Jazz International Nijmegen. Jazz kan best wel eens neurotisch gefröbel worden, maar ik vind het wel lekker wat deze vier heren doen, met een lekker tempo en heerlijke drums, aangevuld door knap werk op bas, trompet en synths/toetsen. Jammer eigenlijk dat ik door een andere afspraak alleen het laatste half uurtje kan zien.

Nu we er toch zijn, kunnen we gelijk even Frans Kalf meepakken op het Boog-podium, de band met de wat bedeesde Mika Ram op zang/gitaar, die de set lekker aan elkaar praat met gortdroge humor en relaxte houding. In mijn beleving is dit soort neder-indie/pop al snel iets Spinvis-achtigs, maar dan wel met een eigen smoel. Melodieus en vol geserveerd (met vijf muzikanten) en een tikkeltje eigenzinnig, zoals dat hoort. Mag nog wat uitbundiger misschien, het is wel heel ingetogen en laidback, maar toch wel even prima.

Wederom een uitstapje naar De Kaaij, waar JUNO zal beginnen. Het Amsterdamse viertal stond vorig jaar nog met een leuk optreden op het Poort-podium van het Valkhof Festival en trekt hier veel meer publiek, maar De Kaaij is altijd goed gevuld. JUNO maakt een ‘evocative blend van cinematic techno en progressive house’ en doet dat met tuba, sax, synths en drums. Een beetje brass-techno in mijn beleving, maar opvallend genoeg stoppen ze er ook mooie partijen sfeer in; een stukje lounge om even uit te rusten en vervolgens weer hard door te dansen. Wat een leuke act is dit toch, dat de extra aandacht wel verdient. De Kaaij danst vrolijk verder totdat het donker wordt. Afsluiter is mijn favoriete “Stampij”, dat vorig jaar nog in mijn eindlijst stond. Fantastische timing als direct na afloop het geknal van het vuurwerk aan de Waal begint, dat overigens maar een minuutje of 11 lijkt te duren en was verplaatst van zondag naar de dinsdag door technische problemen.

Het lijkt niet zo heel druk vanavond, als De Kloe gaat beginnen bij het Poort-podium staan er nog maar een paar mensen te kijken. Het festival koos deze Belgische band via VI.BE uit meer dan 250 inzendingen. Het drietal maakt een lekkere eigenwijze mix van lofi post-punk, elektronica, samples en schurende ritmes. Okay, de zang is niet helemaal zuiver soms, wat geeft het, maar het is lekker weirdo en experimenteel interessant en wat ontregelend. Ergens lummelt het wat door en kan het wat meer tempo en pit gebruiken, maar verder pakt het me wel. De ideeën zijn leuk en sowieso verdient het veel meer dan een paar handjes vol publiek.

Woensdag

Een van de betere, zo niet de beste avond op voorhand is het Zeitgeist-avondje dat dit jaar terugkeert op de woensdagavond. Helaas geen Sonic Whip-avondje dit jaar, maar dat wordt wel gecompenseerd vanavond met het geweldige Green Milk From The Planet Orange (dat op Sonic Whip stond vorig jaar). Maar we trappen de avond eerst af met het Duitse (Berlijn) trio van Roomer, dat dromerige indie maakt. Erg loom, maar wel best wel aangenaam, met een paar mooie treffende akkoordenreeksen en de mooie zang van zangeres/gitariste Ronja Schößler. Zo’n rustige act heeft altijd wat moeite om goed over te komen in het rumoer van het publiek (dat blijft lastig met dit festival), maar gelukkig stoor ik me er dit jaar niet heel erg aan. Iets verder vooraan gaan staan helpt dan ook wel een beetje, waarbij de muziek als een wat warme deken over ons heen valt. Mooi vind ik toch ook de wat scherper aangezette gitaren bij momenten, waardoor deze act nog wat meer op shoegaze gaat lijken. Het likje noise staat ze goed, dat mogen ze nog vaker doen, anders wordt het wel wat erg lieflijk allemaal en vertrekken we langzaam naar dromenland.

Op het hoofdpodium vervolgens Home Counties, dat ik al wel langer een keer live wilde zien, met name door een lekker nummer als “Uptight”, dat in mijn jaarlijst van 2024 stond als het lekkerste dansnummer van dat jaar. De zes jonge muzikanten uit Londen maken dus fijn dansbare indie/post-punk. Vrolijk en optimistisch, net zo catchy soms als – pak ‘m beet – Franz Ferdinand of zoiets en net zo vrolijk en fijn te behappen als een (wat nieuwere) band als Lézard. Post-punk met een frisse lach op je gezicht en waar je lastig stil op kan blijven staan. Niet alles blijft misschien even goed hangen, maar singles als “Dividing Lines”, “Dad Bod”, “You Break It, You Bought It” en ook “Back to the 70s” doen het wel goed. “Uptight” is de terechte uitsmijter. Er lijkt ergens wel een bandje mee te lopen, of ik vergis me, als ik meer elektronica hoor dan zie. De Korgs worden af en toe gebruikt, maar in dit nummer zo te zien voor het eerst alle drie in het instrumentale stuk op het einde, dat op de plaat nog zelfs een tikkeltje vetter klinkt. Op de plaat gaat het nummer daarna nog verder, maar hier is de tijd op. Leuk, jong, fris en fruitig bandje.

Het Japanse trio van Green Milk From The Planet Orange staat dan op deze Zeitgeist-avond, iets uit de tijdsgeest misschien, maar de band uit Tokio bestaat al sinds 2001. De laatste tijd lijken ze continu te touren en ze zijn dan ook al vier keer in Nijmegen geweest recent, waar ze grappig genoeg zelf nog even aan refereren. Dat optreden in De Onderbroek heb ik dan gemist, maar ik zag ze wel op Sonic Whip vorig jaar en begin dit jaar braken ze Merleyn helemaal af, met gelijk een van de beste optredens van het jaar. Zo druk heb ik het bij het Boog-podium nog nooit gezien geloof ik (het is sowieso druk in de stad vanavond) en dat is niet minder dan terecht voor deze klasbakken. We zien de oerleden A op drums drums en dead k op gitaar en speenvarken-zang, de aanjager van het geheel. De laatste jaren speelt Damo (Wadamori Yu) op zijn gifgroene bas op links (voor de kijkers). Hij zit net zoals de rest op een stoeltje, zodat we ze wat lastiger zien, al zit dat beest van een drummer (wat is hij goe-hoed!) op een verhoging. Het is open-mond-werk zoals altijd, de band verplettert met hun lange en flexibele psych/prog/punk-werk, tot je broek er vanaf zakt. Fenomenaal tempo, ritme, behendigheid, gedrevenheid en klasse. Drie kwartier krijgen ze. En dat is eigenlijk drie kwartier te weinig. Het gejoel uit het publiek na afloop is niet minder dan terecht. Veel beter dan dit krijg je het niet.

Net zoals Home Counties is La Sécurité (Montreal, Canada) ook een beetje guilty pleasure voor ondergetekende in de hoek van dansbare art-punk, met Franstalige vocalen en invloeden uit de new wave en krautrock, met catchy tunes en ritmes. Ik sta wat ver naar voren, tussen de (soms wat dronken) jongeren, die dit ook wel leuk lijken te vinden. De band heeft een aantal leuke singles uit, die – zeg maar – radiovriendelijk genoeg zijn. Het helpt misschien niet helemaal dat de dames op gitaar nog wat verveeld uit de ogen lijken te kijken in het begin – veel later komen ze wel wat losser. En ook de drummer speelt wat koeltjes, met zijn Derrick-bril en blonde haren. De bassist is gewoon de coolheid zelfe, maar de energie moet dan dus vooral komen in het begin van zangeres Éliane Viens, die dat overigens wel goed doet. De jongeren hossen steeds harder vooraan. Goed teken zou je zeggen, ook al is de muziek live ook wel wat veilig soms, of begint het wat meer op elkaar te lijken. Toch wel een heel aardig bandje. Daarna drinken we nog wat bij de Oersoep bar met N8NOFACE op de achtergrond, maar dat is helemaal niet zo mijn stijl, dus tijd om op tijd naar huis te gaan.

Vrijdag

De donderdag vormt dan een rustdag in het programma, met (voor mij) minder aansprekende bands, met name in de categorie hiphop, pop, R&B, soul. SURU SUN uit Nijmegen leek me daar nog wel aardig, dat voorheen bekendstond als Power to the Pipo en nu wat meer elektronische dance-grooves maakt. Café De Opstand heeft dit jaar ook wat aardige bands, al vond ik die plek vorig jaar nogal klein en erg hard wat betreft volume en daarom ook niet ideaal, maar op deze avond stonden daar nog acts als Peanut Butter Goldfish en Rotzorg.

Vlak voor de start van de laatste avond op het Valkhof is het nog erg leeg voor het Arc-podium, dat zich wel langzaam vult voor de eerste act. Het is sowieso een misverstand denk ik dat de vrijdag de drukste avond aldaar is, dat valt reuze mee. Ik had het idee dat het woensdag drukker was. Het park vult zich vooral goed na achten. Austin Noll, singer-songwriter troubadour uit New York, mag de boel in elk geval rustig openen onder de noemer Tracey Nelson. Het duurt nog even voordat alle spulletjes klaar staan en de band eindelijk begint. Muzikaal blijft het ook erg op de vlakte, erg rustig en loom, met de wat zwalkende jengelzang van Noll, die een shirtje draagt van Neil Young. Het voelt allemaal wat lamlendig, dit soort luistermuziek spat hier nou niet echt van het podium.

Het staat gelijk een stuk voller bij het Boog-podium voor Fellatio uit Rotterdam, dat vorig jaar op het Zeitgeist-festival stond in het café van Doornroosje. Gelijk meer tempo en dat is wel even fijn, met hun zelfbenoemde avant-garde disco-punk, post-krautpop en new rave. Op Zeitgeist was er nog een saxofonist, wat er extra lekker bij klonk. Nu zien we twee staande drummers, waarvan er een op het laatste moment moest invallen. Muzikaal is Pepijn Kolsteren het belangrijkste voor het geluid, zo lijkt me. Hij speelt zowel bas als elektronica en doet dat soms met de nodige kunst- en vliegwerk. Frontman/zanger Abel van der Heijden kijkt weer de hele tijd quasi stoer en trekt daarmee wel de aandacht, maar hij heeft daarmee wel iets onsympathieks over zich, vind ik. Maar goed, de muziek stuitert lekker in dans/kraut-ritmes en fijne baslijntjes en dan maakt het misschien ook wat minder uit dat alles wel een beetje op elkaar lijkt. Dat de band dan vijf minuten te lang door blijft gaan maakt dan uiteindelijk niet uit, de volgende band houdt het toch een stukje korter dan het geplande uur. Het publiek host vrolijk mee.

Met Servo gaan we gelukkig weer eens naar wat steviger gitaarwerk. De Franse band wilde ik nog wel eens een keer live zien. Het trio maakt volgens de beschrijving een soort duistere, postpunk noise-rock die moeiteloos schakelt tussen sombere, hypnotische momenten en krachtige, motorische uitbarstingen. Het betere jank en stofzuiger-gitaarwerk misschien, al moeten ze het niet echt hebben van de gezongen melodieën. Die vind ik doorgaans niet zo sterk en ook niet geweldig gezongen, maar dat kan nog wel in dit genre. Ze hebben een paar fijne doorjagers die dus instrumentaal het smeuïgste doorsmeren. Een beetje hypnotische herhaling staat ze ook goed, en als ze hun versnelling meer in de overdrive zetten gaat het voor het podium ook dikker los.

Na een pauze maken we ons op voor Violent Magic Orchestra, dat we al eerder zagen op Roadburn (twee keer, in 2018 en 2025) en Soulcrusher 2023, al verwijst de aankondiger naar het optreden op Le Guess Who? (in 2017 neem ik aan). Gaaf dat ze hier gewoon worden neergezet op zo’n avond, het Japanse viertal maakt nou niet echt makkelijk te verteren elektronische blackmetal en industrial techno. In een zaal komt dat toch net even wat imposanter over voor mijn gevoel, hier moeten ze denk ik toch ook rekening houden met de volumelimieten. Nou goed, ik sta redelijk naar voren, maar had dan misschien de oordoppen uit moeten doen voor nog meer verpletterend effect. Het beukt er wel lekker op los, maar mis dan toch net het wat donkere en naargeestig randje dat je voelt in een knussere zaal. Het zal niet aan de vier bandleden liggen, die er alles aan doen met een flitsende lichtshow en fysieke performance, zoals het klimmen in de palen en crowdsurfen over het publiek. Zo op een laatste avond gaat het nog even helemaal los hier.

Mijn hemel, wat een overgang dan ineens naar de cumbia discodelica van Kalima op het Boog-podium. Dat maakt het festival wel lekker divers natuurlijk en ik vind het ook wel gaaf dat het publiek dat allemaal niks uitmaakt. Of je nu kapot gebeukt wordt of je doet een exotisch dansje, het kan en mag allemaal op een divers avondje Valkhof.

En dat beschrijft zo’n weekje Valkhof Festival wel goed. Er wordt van alles geprogrammeerd, soms dwars door elkaar, soms samengepakt op een dag en daarmee lust ik ook niet alles. Zo waren de zondag en donderdag niet zo interessant voor mijn smaak, maar dat is vast wel iets waar de jongeren wat meer van lusten. Het Valkhof Festival zet toch wel weer interessante nieuwere bands neer, waar je als bezoeker benieuwd naar bent. Veel aandacht voor lokale bands ook, met name op het Poort-podium, dat nog steeds wel een aardige aanvulling is op de programmering. Hoogtepunten zijn persoonlijk denk ik altijd, maar die waren zo ongeveer in volgorde van opkomst: Knats, De Kloe, Home Counties, Green Milk From The Planet Orange, La Sécurité, Servo en Violent Magic Orchestra. En Spinvis & Saartje in de Stevenskerk en JUNO op De Kaaij, want er is meer buiten het Valkhof te doen. Ook niet heel verkeerd: Dressed Like Boys, TJE, Frank Arnold, Gee Tee, J’Cuuzi, Grenzkontrolle, Roomer en Fellatio. Ook weer goed: de vlekkeloze organisatie, het vriendelijke barpersoneel, het frietje Plaksalon en het uitstekende weer. Minder: hard lullend en rokend publiek op korte afstand. Na zoveel jaar gaat het Valkhof nooit vervelen, daar in dat mooie groene park met de mooie bomen en de eeuwenoude gebouwen of ruïnes. Het blijft een oase binnen het grote spektakel van de Vierdaagsefeesten. Fijn dat dit soort verdieping er altijd is, ten opzichte van de feestmuziek, coverbands en meezinghoempameuk. Het was weer een fijn weekje vakantie. Volgend jaar zijn de Vierdaagsefeesten van 17 t/m 23 juli, wie weet tot dan!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Scroll naar boven