Een laat verslagje van Misty Fields en dat heeft alles te maken met een verhuizing, dat toch een hoop energie vreet. Gelukkig is daar dus nog wel even dat ene leuke festival tussendoor, voordat we echt de dozen moeten gaan vullen. Het kwam toevallig zo uit, de kaartjes hadden we al bijna een jaar in huis. In datzelfde huis dat we dus veel later ineens zouden verkopen. Het is allemaal wat zo’n verhuizing. Leuk zo’n nieuw stekkie, maar het leverde een hoop werk op in en rondom de zomer. Misty Fields is een welkome afleiding, waar we al wel langer een keer naartoe zouden wilden gaan. We trokken die stoute (of modderige – op zondag) schoenen maar eens aan…

We zijn thuis wel fan van Pinguin radio voor de leukste indie-bandjes, en elk jaar komen er een hoop van dat soort acts op dat festival in die bosrijke omgeving in Heusden (Asten, Noord-Brabant). Alsof je dus in de achtertuin van de boer parkeert. Het is alweer de negentiende editie van het festival dat zich richt op een mix van opkomende indierock, post-punk, noise, americana en elektronische muziek. Drie podia hier op een opvallend compact terrein voor iets van 3.000 bezoekers, waarbij Het Bos podium (uiteraard in het bos) blijkbaar vroeger het hoofdpodium was (zo begreep ik), met daarnaast Het Veld met een kleinere (voor)tent op het veld bij de ingang, en de grote tent op het veldje achter het bos genaamd De Mist. Voorzieningen zijn prima, met kluisjes (nieuw geloof ik) bij de ingang, een handig watertappunt tegenover het podium in het bos, een fijne speciaalbierbar, genoeg schone toiletten, wat kunst en cultuur hier en daar in hoekjes weggestopt en een prima pleintje met foodtrucks. Op (vooral) de eerste dag zien we veel oudere liefhebbers, die zich hier prima vermaken. Sommigen nemen wat te veel drank tot zich, maar goed. Er hangen ook wel bordjes om het gepraat in het publiek te voorkomen, maar dat heeft helaas weinig zin, tot vooraan het podium is het nog wel eens rumoerig. Het lijkt een gezellig sociaal festival, dat dan weer wel. Dat doet ook wel wat denken aan het Valkhof Festival, met bands die je daar ook wel tegen kan komen. Een leuke mix van vooral nieuwe interessante acts van morgen, maar ook wel wat leuke oude bekenden staan hier geprogrammeerd, met bands als Ty Segall en Squid als hoofdacts, maar er zijn genoeg andere smaakmakers, in een leuke mix van genres. Afzeggers zijn er helaas ook, met White Denim, Mandrake Handshake (had ik graag eens willen zien), My First Time, Honey I’m Home en Julianna Riolino. Invallers zijn bands als Lowertown, the north, Tooth en Competition.
Vrijdag
We zijn nog net op tijd om een stukje mee te pakken van Annabelle Chairlegs op het bospodium, een project van Lindsey Mackin uit Austin, Texas. Ze maakt garagerock met psychedelische invloeden en werkte samen met Ty Segall op haar nieuwste album. In mijn oren klinkt het als feelgood indierock van dit viertal hier, of althans het is wel hele behapbare garagepysch, met melodieuze zang en best lieflijk. Catchy nummers met aangename melodieën, dat zeker, maar dat likje fuzz of shoegaze-achtige gitaarwerk mag voor mij nog best wat feller.


En hop gelijk door naar Fuzzy Teeth op Het Veld. De bands spelen strak achter elkaar of overlappen soms een klein beetje, althans op de drie grote podia. Er is ook nog een kleiner podium trouwens, dat meer een zeecontainer is, wat verdekt opgesteld staat om de hoek bij de ingang. Fuzzy Teeth is de band van de Haagse gitarist en songwriter Anthony Koenn, hij speelt zelf de meeste instrumenten en maakt een mix van indie-pop, lo-fi R&B en elektronische muziek. Met zijn band speelt hij hier even wat meer uptempo met wat dieper en vuiger gitaarwerk dan de vorige act. Er is ook wel melodie hier en zelfs wat poppy passages (die nemen we ook voor lief mee), maar met strakke ritmes en het snellere gitaar- en baswerk is het wel even fijn. Live pakt het me nog wat meer dan op de plaat.


Eerste band waar ik echt benieuwd naar ben is ELLiS·D, het solo-project van Brighton-muzikant Ellis Dickson, die hier met band optreedt, waarin ook Johnny Hutch, de drummer van Fat Dog (waarmee hij later die dag nog moet optreden geloof ik). Het is echt goed, de zanger heeft de looks, maar de nummers zelf hebben dat ook gewoon. Uptempo en catchy of funky post-punk met die herkenbare typische en aanstekelijke zang, die net niet te pathetisch is. Precies goed eigenlijk, waar doet me dat toch aan denken. Pond? De interessante wendingen maken het helemaal af. Tof. Ook gewoon middenin ergens lekker eigenwijs een melancholish stukje plaatsen, of gewoon wat steviger. De band heeft het eigenlijk allemaal. Dickson duikt (uiteraard) het publiek nog even in, maar hij heeft het nauwelijks nodig om ons zo van dichtbij te overtuigen. Dit is gewoon verrekte goed en zou minstens net zo groot als Squid kunnen worden. Of moeten worden. Hoogtepunt!







Cory Hanson kennen we nog als de frontman van Wand, dat ik in 2018 nog eens zag in Doornoosje (en eerder op Down the Rabbit Hole 2017 en Lowlands 2015). In mijn herinnering speelt hij nogal orkestrale of melancholische folkpop op de plaat, maar live (samen met zijn band Slowhand) komt hij best vaak venijnig uit de hoek. In zijn strakke pak laat hij zijn Telecaster-gitaar prachtig janken en acteert als een volleerde volksmenner. Dat klinkt soms als White Denim meets Ty Segall of zoiets, maar hij schakelt ook rustig naar een zoetere song. Echte goede kuitenbijters van songs heeft hij veel minder dan een ELLiS·D zojuist, maar hij houdt het met alle fratsen wel interessant. Gewoon even een stukje Bohemian Rhapsody op piano tussendoor… En het zoetere (maar wel mooie) “Bad Miracles”, gestart op piano. Maar dan toch afsluiten met het beste nummer, althans dat staat in mijn notities, maar welk nummer dat was (“Driving Through Heaven” wellicht)?





Even heel wat anders in die zeecontainer van de Verloren Lading. Even kijken bij M2K, dat omschreven wordt als nineties underground-dance met live-drums. Project van producer Marnix Bausch met live-drums van Sam Kemner, denk richting Chemical Brothers en Soulwax. Bijna rave-achtige energie. Lekker stuiteren dus, al houden we dat ook weer niet heel lang vol voor nu. Misschien nog leuker later op de avond.

Later nog even een stuk zonnige psych van Allah-Las uit Los Angeles, dat het bos vol trekt. Het wordt toch aangeduid als een van de grotere acts van het festival volgens mij. Beetje niks aan de hand psych, voor mijn gevoel. Met een biertje in de hand even je hoofd leegmaken. Het vijftal op het podium doet niet moeilijk en trekt je rustig mee. Wel even relaxed.


Clarion is een trio rond Saya Oliva en Anthony Sanchez (ook uit LA) en speelt hier in de grote tent op het De Mist-podium. Het wordt omschreven als shoegaze met post-punk, grunge, noisey alternative rock, pop en Japanse indie/J-rock-invloeden. Beetje standaard (akkoordjes, composities) maar zeker niet onaardig en de zang is wat beter dan op de plaat of zo. Het doet me ergens even denken aan Big Brave (denk ik) en Roadburn-achtige sferen. Wat thrashy noise is lekker, maar melodieus ook wel meer van hetzelfde laken een pak en niet altijd even interessant. Het pakt me dan ook niet altijd, maar aan de energie van de band ligt het zeker niet.



Vooraan bij het podium gaat het er wel vaker wat wilder aan toe dit weekend, zo ook (en terecht trouwens) bij GANS uit Birmingham, dat kraut-geïnspireerde (post)punk maakt dat stuitert als een malle op dikke ritmes. Met een funky snit ook om hard op te dansen. En sax! Een sax! Het is het eerste jaar met Tommy Lawther op sax (en dwarsfluit!), zo horen we en daarmee doet het ook mij wel denken aan een band als Maruja. Prodigy meets Beastie Boys misschien ook wel. In elk geval een nieuwe favoriet om hard op te springen. En dat wordt ook goed gedaan. Hoogtepuntje vandaag.



Ty Segall hoeft zich helemaal niet meer te bewijzen, die gaat al zo lang mee… De godfather van de garagerock?, zo vraagt het festival zichzelf af, en misschien is dat ook wel zo. De Amerikaan heeft veel projecten, waaronder ook Fuzz (daar speelt hij drums), gezien in 2015 op Lowlands en 2023 in Doornroosje. Onder zijn eigen naam zagen we hem ook eerder, al dan niet met verschillende bandleden (op DHRH 2016 en Lowlands 2017). Vandaag heeft hij Mikal Cronin meegenomen, ook al geen koekenbakker. Het is gewoon een degelijke rockshow zoals we dat van hem kennen en verwachten. Lekker vuig spel met een lekkere dosis stofzuigerpsych/fuzz en een paar prima songs, niet al te ingewikkeld misschien, maar gewoon zeer degelijke en fijne garagepsych van deze wonderboy.



Chalk is een project van de Ierse muzikanten en filmmakers Ross Cullen (zang), Benedict Goddard (gitaar) en Luke Niblock (drums). Ze stonden in 2024 al eens op het Valkhof Festival in Nijmegen. Postpunk meets elektronica, soort van. Maar op een of andere manier wil het me nu echt wat minder pakken, de band lijkt moeite te hebben om de fik er in te krijgen, wat wel leuk zou zijn als afsluitende act op het veld. Die autotune op zang vind ik niet veel en de melodietjes zijn wat flauw. Ik weet het niet, maar het werkt niet zo voor me vandaag, jammer.


Zaterdag
Op voorhand is de zaterdag de meest interessante dag, althans ik had veel aangestreept. Ook fijn dat het gelijk de beste dag zou zijn wat betreft het weer. Lekker zonnetje er bij. Kom maar op! Group A.D. was op voorhand wel een interessant zevenkoppig collectief, de band uit Leeds kende ik niet, maar had ik wel dik aangestreept in het programma. Goede band ook om de dag mee op te starten, met dansbare en sfeervolle soundtracks. Genoemd worden ook wel dub, psychedelische no-wave en filmische strijkers, spaghettiwestern-achtige orkestrale maximalisme (whatever that may be) en vintage sciencefiction. Met de samples tussendoor doet het inderdaad ook wel denken aan Public Service Broadcasting dat ik (verdorie) nog steeds niet live heb gezien, maar dat terzijde. Fijn, met mooie beelden op de achtergrond, lichte supsense, fijne ritmes in (inderdaad) okestrale harmonie, met mooi vioolwerk. En dansbaar inderdaad. Het is de eerste keer in Europa en dat zal vast niet de laatste keer zijn, althans ik hoop het niet. Wat een fijne band. Dat is een vroeg hoogtepuntje.



Niet direct aangestreept vandaag, maar het festival leent zich ook wel om af en toe wat rond te lopen en wat dingen op goed geluk mee te pakken. Raynor is pas negentien en komt erg sympathiek over, leuk om de twinkeling in de ogen te zien van artiesten die er zichtbaar van genieten. Met twee maten hier maakt hij zoiets als soulvolle indierock of pop-rock. Het festival heeft het over ‘indie-pop met videogame-potentie’, maar ik weet niet precies waar dat nu precies op slaat. Zijn stem is in elk geval al wel erg goed en klinkt warm en volwassen. De singer-songwriter uit Peterborough, opgegroeid in een Zimbabwaans gezin, brak in korte tijd door via TikTok, zo gaat het verhaal. Met genoemde invloeden als Arctic Monkeys, Radiohead en King Krule, al haal ik ook dat er niet altijd even goed uit. Het zijn niet al te moeilijke songs, maar leuk genoeg om te blijven staan kijken.


Shaking Hand is een gitaartrio uit Manchester, en die ‘bouwt lange, hypnotiserende nummers waarin vroege post-rock, midwest emo en 90’s alternatieve gitaarmuziek langzaam in elkaar overvloeien’, aldus de beschrijving. Dit is ook wel een van de bands die ik graag zie op zo’n festival als dit. Ik had ze wel aangestreept in het programma, maar ze overtreffen mijn verwachtingen. Blijkbaar had ik het toch ook veel gedraaid als blijkt dat ik veel nummers herken. Fijne indierock-nummers zijn het, die vaak heerlijk (instrumentaal) lang doortrekken. Pure post-rock hoor ik er misschien niet in, maar ze wisselen wel mooi af tussen wat harder en meer ingetogen, met een goede op- en afbouw. Veel mid-tempo, maar toch blijft dat wel boeien. Mooie akkoordenreeksen ook, wat allemaal doet denken aan andere bands, zoals Ought of een likje Radiohead. Vrroege inspiratie zou er zijn van Badly Dawn Boy of Slint, maar ook bands als Sonic Youth, Pavement en Big Thief worden genoemd. Het is weer zo’n band met de juiste umami, extra smaakvol gebracht met dat extra stukje klasse.



Even het Londense Tooth aan de tand voelen dan, de band die My First Time vervangt op de main stage (De Mist). Het viertal mixt (volgens de beschrijving) grote indierock refreinen met de emotionele spanning en onverwachte wendingen van midwest emo. Denk aan de directe gitaarrock van Pixies en Television, gemengd met invloeden van American Football, Fugazi en Title Fight. Ook deze band speelt hier voor het eerst in Europa (naar eigen zeggen). Het is wat doorsnee Britpop/rock voor mijn gevoel dat inderdaad op van alles lijkt (ik kom ter plekke niet heel veel verder dan Arctic Monkeys of The Kooks of zo), maar er zit vast meer finesse achter. Wat grootse of weidse melodieën inderdaad met wel wat gitaarfuzz, maar dan met een poppy melodieuze ondergrond.


PALES (industriële post-punk uit Straatsburg, Frankrijk) valt op door extra enthousiasme en energie, we staan dan ook een beetje vooraan, waar het echt lekker goed knalt. Beukende postpunk zou je kunnen zeggen, ritmisch fijn uitdagend. Noise, punk, industrial en pop komen samen in één grote moshpit, zo werd al aangekondigd. Wat meer van hetzelfde uiteindelijk, maar het springende publiek vooraan zal het een rotzorg zijn. Zangeres Célia geeft dan ook alles als een goede performer met gave moves en intense zang, wat minder snauwerig dan op de plaat, zo valt me op. Prima band om op los te gaan.



Het is dan wel een behoorlijk rigoureuze overgang naar het rustige mary in the junkyard. Het trio uit londen bestaat uit Clari Freeman-Taylor (zang en gitaar), Saya Barbaglia -(altviool (viola) en basgitaar) en David Addison (drums). Een ‘angry weepy chaos rock trio’, zo omschrijft de band zichzelf. Het is wel wat lieflijk voor mijn doen, al ontwaar je ergens wel een gitaar met wat distortion. Dromerige shoegaze, gruizige artrock en breekbare indie, ergens op het snijvlak van Slowdive, Big Thief en Mazzy Star, zo lezen we. En ergens anders worden Black Country, New Road, English Teacher en de experimentele Windmill-scene uit Zuid-Londen genoemd. Inderdaad krijgen de nummers op een gegeven moment wel meer bite of wordt het iets wilder met iets meer chaos, en dat kan deze band nog wel wat meer gebruiken. Na PALES zojuist is het me wel wat te kalm allemaal.



Bleech 9:3 is een band die het goed doet in de diverse indielijstjes, zoals de Free40 van IndieXL of ook in de Graadmeter van Pinguin dacht ik. Categorie door de jaren 90 geïnspireerde alt-grunge of alternative/post-punk. De Ierse viermansband – oorspronkelijk uit Dublin (in 2024 verhuisd naar Londen) – krijgt me op een of andere manier niet mee, maar dat kan aan mijn smaak liggen, ik vind het een beetje loom vaak en pathetisch (emo zang) misschien, bij vlagen energiek maar toch te weinig. Misschien had ik wat meer naar voren moeten staan, waar het publiek wel springt (zoals wel vaker, een deel van het publiek wil altijd wel springen hier).


Sommige bands zie je nooit meer terug, maar Crows heb ik op meerdere plekken zien opduiken, zoals het Eindhoven Pysch Lab in 2014, als voorprogramma van Metz in Doornroosje in 2015 en het Valkhof Festival in 2019. In 2015 en 2019 stonden ze ook al op Misty Fields blijkbaar. Post-punk uit Londen, met Joe Talbot van IDLES als vroege fan van de band, zo gaat het verhaal. Ja, het is weer fijn schurend en bijtend, maar toch ook wel weer wat meer van hetzelfde na een tijdje, ik blijf het geen enorme hoogvlieger vinden in het genre, maar je kunt ze er wel bij hebben.

Heel wat meer finesse komt er van Man/Woman/Chainsaw, de experimentele rockband (alternative/post-punk) uit de Londense Windmill-scene, ontstaan begin jaren 2020 . Ze stonden dit jaar nog op ESNS en gooiden al hoge ogen op SXSW. De nog jonge band begint gelijk met een van hun leukste in het bos: “Only Girl”. En dat doen ze gelijk strak en vol, met de hele vrolijke en energieke Clio Harwood op viool. Leuk ook dat ze meerdere leadzangers hebben. En gewoon knap, hoe ze dit soort interessante composities in elkaar draaien, het klinkt live dan ook wel wat voller natuurlijk. Nou vooruit, een paar stukjes in het tweede deel van het optreden pakken me dan wat minder, maar de verrassende wendingen liggen altijd wel op de loer. Fijn bandje.

Inmiddels ben ik best wel fan van de Zwitserse (uit de alpen) surf-punk-psych-kraut-garage-rockband Fomies. Tijdens Desertfest Antwerp 2025 en Sonic Whip dit jaar gooide ik mezelf maar tussen de hossende en moshende menigte en misschien is het verstandig dat ik dat niet altijd doe, zo jong zijn we ook niet meer. We bekijken het iets meer van achteren, en het blijft een fijn opzwepend zooitje, denk aan Travo, Skyjoggers, King Gizzard, Frankie and the Witch Fingers of Oh Sees. Of iets in die geest dus. Vooraan gaat het uiteraard wel weer los, zo wat meer naar achteren zie je de energie er wel vanaf spatten, maar daar blijft het iets meer in hetzelfde tempo hangen allemaal. Maar wat geeft het. FOMO voor Fomies! Het blijft een lekker bandje om het vuurtje op al uw festivals aan te steken.

Het almachtige Squid dan. Headliner van Misty Fields en dat is altijd goed. Altijd met verdieping. Zo willen ze misschien terecht dat je het niet over post-punk hebt, want de band is meer dan dat, met invloeden uit jazz, krautrock en elektronische muziek. ‘Met hun albums tonen ze hoe ze grenzen blijven oprekken en conventies proberen te omzeilen’, zo is ook de beschrijving van het festival. ‘Vergelijkingen met Talking Heads, LCD Soundsystem of Black Midi zijn niet ver weg, maar Squid doet het altijd nét anders dan je verwacht.’ En zo is het eigenlijk ook. Oudere songs zijn iets meer van die (bekende) knallers, die vooral in het begin en einde van de set zitten, zoals “G.S.K.” en “Paddling”, maar ook “Swing (in a Dream)” beukt fijn door. Maar Squid is moeilijker te vangen en nummers van Cowards (hun derde) voelen dan ook experimenteler aan. Soms lang uitgetrokken zonder duidelijke refreinen, meestampers of instant uitspattingen, waarmee de band het publiek wat treitert, maar ik vind dat juist wel gaaf. Ze durven net even wat anders te zijn, de tijd te nemen om hun apartere composities rustig uit te vouwen. Minder navolgbaar, maar toch in balans. Even de aandacht er bij proberen te houden. Om vervolgens op het einde toch nog even door te knallen met good old “Houseplants” en een lekker lang uitgerekte versie van het geweldige “Pamphlets” om een geniaal (ja, toch weer) optreden groots af te sluiten. Heerlijk.


Model/Actriz (noiserock- en dance-punkband uit Brooklyn, New York) had ik wat hoger ingeschat als afsluiter hier op het veld, met name door geweldige nummers als “Diva”. Het wordt hier wat platgeslagen allemaal, het drietal krijgt de subtiliteit van de plaat niet live gebracht. Zanger Cole Haden overschreeuwt zichzelf, waardoor de finesse helemaal weg is. Hij klimt in de palen, jut de boel wel goed op, maar muzikaal lijkt het nergens naar, althans in mijn beleving dan. Het is een wat kaal en industrieel doorbeukende show. Van het spannende, subtiel gezongen en fijn donkere “Diva” blijft live niet veel over. Jammer. Tijd om te gaan.

Zondag
Na het lekkere weer van gisteren komt de regen in de nacht en ochtend met bakken uit de hemel zetten. We wachten een beetje tot de regen bijna voorbij is om richting het terrein te gaan en slaan daarmee de eerste bands een beetje noodgedwongen over. Het is ook niet zo druk vandaag, normaal komen er meer gezinnen met kinderen begreep ik, maar ja. Het terrein is modderig geworden en later op de dag zouden de auto’s ook steeds moeilijker van het parkeerterrein kunnen komen. Het is glibberen en glijen en met hulp van boerentrekkers worden de auto’s later op de dag op weg naar huis geholpen. Puntje van aandacht voor de organisatie om rijplaten en houtsnippers neer te gooien of achter te hand te houden met dit soort hoeveelheden plenswater. Het is dan ook wat onhandig dat het parkeerterrein voor bezoekers aan een onverharde weg ligt. Maar goed. Uiteindelijk houdt het ons niet tegen.
We komen rond DUG binnen geloof ik, dat in het bos optreedt, maar dit soort americana is minder aan mij besteed (wel een leuk optreden hoor ik later, met ook banjo’s en zo). We gaan voor het meer genadeloze Bucket, dat de boel al fijn aan elkaar ramde op Zeitgeist 2024 en hier ook het water van het tentdoek speelt. Het drietal uit Dublin maakt gruizige en opzwepende noise met een stevige melodische onderstroom. Met industrial-achtige patronen, noteer ik even. Geen basgitaar zo te zien, maar twee gitaristen (waaronder ook ergens een Telecaster, valt me weer op). Ze blijven gewoon knallen, deze jonge gasten. Totdat je op de grond ligt. Misschien wat simpel, en ook net wat anders dan in een klein cafeetje zoals op Zeitgeist, maar best wel even lekker.

Dan is de overgang naar Lucia & The Best Boys, de band rond de Schotse zangeres Lucia Fairfull, wel weer even behoorlijk groot. Garbage nam ze mee door Europa als hun voorprogramma, zo lezen we. Goede stem heeft Fairfull, dat zeker, maar voor mijn smaak is het wat te standaard en te poppy (melodieus) allemaal.

Nee, neem dan Golomb, dat is wat meer in mijn straatje. Goed, dit indierock-trio uit Columbus, Ohio (speelt hier hun laatste show van de tour) zakt soms ook wat weg in wat doorsnee materiaal, maar ze blijven er wel een interessante draai aan geven. De band werd opgericht in 2020: Mickey Shuman (gitaar en zang) en Xenia Holm Shuman (basgitaar en zang) zijn getrouwd en drummer Hawken Holm is Xenia’s jongere broer. Golomb verwerkt psychedelische rock, garagerock, powerpop en uitgesponnen gitaarrock in zijn muziek en werkt goed met de dynamiek, van meezingbare refreinen tot meer eigenwijze uitspattingen met meer tempo en venijn, om daarna even weer wat door te lummelen, en daarna weer wat meer funky drums en gitaren toe te passen. Interessante gitaarloopjes van Mickey Shuman trouwens en prima koorzang, uitstekend samenspel en knap hoe ze aan wat standaard stukken een boeiende draai geven.



BODEGA is ook zo’n band die langer meegaat (Valkhof Festival 2018 en Lowlands 2019) met hun energieke en dansbare post-punk. Leuk om ze weer een keer terug te zien. Ze lijken in het begin wat te balen van de hoeveelheid regen die ineens weer met bakken hier in het bos naar beneden komt, maar op een of andere manier schept dat wel een band met elkaar; gewoon goed dansen in de modder en doorgaan. Gaaf ook hoe ze later in de set een stuk NODEGA spelen, het thrash-punk alter ego van de band. Je ziet de band er met elke minuut zelf ook meer plezier in krijgt, dat is toch ook de kracht van dit collectief New Yorkse art-punkers.

Toch handig dat Misty Fields ook een grote tent heeft waar je voor de regen kunt schuilen. Wine Lips uit Toronto speelt uptempo garagepsychfuzz of zoiets. Het viertal speelt wat rechtlijnig misschien, maar wel weer met de juiste hoeveelheid energie. Denk aan de energie van Thee Oh Sees, de felheid van Ty Segall en een snufje King Gizzard in hun meest ongepolijste momenten, aldus het programmaboekje. Het haalt het niet altijd bij dat soort voorbeelden, maar vooruit.



De fijn beukende en zuigende kraut-industrial-noise-techno-psych van MAQUINA. hebben we inmiddels ook al vaker gezien (dit jaar nog op Sonic Whip, vorig jaar nog op het Valkhof Festival en een jaar eerder in Merleyn), en dat is geen slechte keuze om de boel hier dik af te sluiten in het bos. De Portugese band bestaat uit Halison (zang/drums), Tomas (bas) and João (gitaar) en maakt zoiets als vette krautrock en industrial techno, met dik psychende gitaarnoise, bonkende bassen en verslavende ritmes. Het werkt goed hier, nog even in de modder dansen, zorgen dat de damp van het water opstijgt, tot mistige proporties. Nog even een laatste keer fijn geslepen doorbeuken. Het was mooi.


Voor herhaling vatbaar? Ja, voor herhaling vatbaar. Op een knus terrein een niet al te groot festival, maar wel met veel fijne muziek en een prima sfeer, wat wil je nog meer. Hoogtepunten zijn altijd persoonlijk, maar ik heb me het beste vermaakt bij bands als ELLiS·D, GANS, Group A.D., Shaking Hand, PALES, Man/Woman/Chainsaw, Fomies, Squid en MAQUINA. Ook fijn: Fuzzy Teeth, Cory Hanson, Allah-Las, Ty Segall, Raynor, Bucket, Golomb en BODEGA. Genoeg te ontdekken hier of even te relaxen. Dat smaakt gewoon naar meer en volgend jaar moeten we die twintigste editie ook maar eens bezoeken!



